Articles

Menselijke dissectie – Van Galen tot de grote openbaringen van Andreas Vesalius

Mensen hebben al bijna sinds het begin van de opgetekende menselijke geschiedenis kadavers opengesneden en lijken ontleed. De oude Egyptenaren deden er alles aan om hun doden te mummificeren, onder meer door lichamen open te snijden, organen te ontleden en resten te conserveren. In hun voetsporen trachtten ook de oude Grieken mensen te ontleden, maar dan op een veel wetenschappelijker manier. In plaats van een immorele opvatting over het ontheiligen van het menselijk lichaam, beschouwden de Grieken het ontleden van mensen als een uitbreiding van de empirische aard van de wetenschap.

Twee vroege Griekse artsen, Erasistratus en Herophilus deden de eerste systematische, wetenschappelijke verkenningen van het menselijk lichaam, en zij worden nu beschouwd als respectievelijk de eerste fysioloog en de grondlegger van de menselijke anatomie. Samen hebben deze twee artsen de studie van het inwendige van het menselijk lichaam, dat ooit een onaantastbaar mysterie was, tot een gebied van wetenschappelijke bevraging gebracht. Herophilus ontleedde het gehele menselijke lichaam en verschilde van de toenmalige autoriteit, Aristoteles, toen hij beweerde dat het bewustzijn in de hersenen was opgeslagen en niet in het hart. Erasistratus verklaarde de werking van de menselijke organen in mechanische termen.

Helaas is de vonk van empirische studie van de menselijke anatomie, die deze twee artsen hadden moeten ontsteken, niet overgeslagen, omdat hun twee scholen terugvielen op gekibbel over theoretische disputen. Alsof het vuur van de menselijke ontleding al niet was aangewakkerd, werd het volledig gedoofd met de verbranding van de bibliotheek van Alexandrië en de wijdverbreide invoering van het christendom, toen het onmogelijk werd om menselijke lichamen te ontleden, waar ook in de Hellenistische wereld. Dit betekende een grote overgang in de studie van de menselijke anatomie, en honderden jaren lang hechtte de Europese wereld meer waarde aan de heiligheid van de kerk dan aan wetenschappelijk onderzoek.

Galen’s Anatomische Invloed

De eerste van de grote anatomisten was Galenus van Pergamon (AD 130-200), die grote vooruitgang boekte in het begrijpen van het hart, het zenuwstelsel, en de mechanismen van de ademhaling. Omdat dissectie van mensen verboden was, verrichtte hij veel van zijn dissecties op berberapen, die volgens hem voldoende op de menselijke vorm leken. Het systeem van anatomie dat hij ontwikkelde was zo invloedrijk dat het de volgende 1400 jaar werd gebruikt. Galenus bleef invloedrijk tot in de 16e eeuw, toen een jonge en opstandige arts begon met het gebruik van echte menselijke lichamen om de werking van het menselijk lichaam te bestuderen.

Enter Andreas Vesalius

Vesalius, die stamde uit een geslacht van vier vooraanstaande huisartsen, begon als een jonge en vroegrijpe student anatomie. Als kind ving en ontleedde hij vaak kleine dieren, en later als student medicijnen deed hij veel moeite om menselijke resten te bestuderen. Op 18-jarige leeftijd ging hij naar de universiteit van Parijs, waar men zich strikt hield aan de verouderde werken van Hippocrates en Galenus, en waar de medische professoren het beneden hun stand vonden om daadwerkelijk dissecties uit te voeren. Tijdens de eigenlijke demonstraties gaf de professor hoog college terwijl een barbier-chirurg het eigenlijke snijden deed op de dissectievloer.

In tegenstelling tot Groot-Brittannië, waar alleen de lichamen van geëxecuteerde moordenaars gebruikt mochten worden voor dissectie door medici, maakten de revolutionaire edicten van Frankrijk het gemakkelijk voor medisch denkende mannen om lichamen te verkrijgen om te bestuderen. Dit betekende echter niet dat nederige studenten als Andreas Vesalius rechtstreeks toegang hadden tot deze lichamen.

Vesalius en andere gelijkgestemde anatomiestudenten plunderden de galgen van Parijs af op zoek naar half ontlede lichamen en skeletten om te ontleden. Soms vonden zij de moed om buiten de muren van Parijs te gaan, de wilde honden en stank trotserend, om kadavers te stelen van de grafheuvel van Monfaucon, waar de lichamen van geëxecuteerde misdadigers werden opgehangen tot zij uiteenvielen.

Vesalius beschouwde dissectie niet als een verlaging van zijn prestige als arts, maar ging er prat op de enige arts te zijn die de menselijke anatomie sinds de oudheid rechtstreeks bestudeerde. Tijdens zijn tweede anatomische lezing stapte Vesalius op de snijvloer, nam het mes van de chirurgijn en begon zelf in het kadaver te snijden, waarmee hij zijn grote vaardigheid met het mes demonstreerde.

Vesalius’ Opkomst

Zijn professoren merkten al snel zijn grote kennis en kunde op, en tegen de tijd dat hij 22 was gaf hij zijn eigen anatomische lezingen, die allemaal in het teken stonden van een dissectie. Sommige van zijn onderwerpen waren dieren, maar vaker wel dan niet waren het menselijke kadavers. Hij hing ook een skelet boven de ontleedtafel tijdens zijn lezingen, en onderwees dat het skelet het fundament van het lichaam was.

Gelijk aan de invloedrijke werken van Galenus, bracht Vesalius’ werk over de menselijke anatomie een revolutie teweeg in de wetenschappelijke wereld. De publicatie van zijn boek De humani corporis fabrica (Over de stof van het menselijk lichaam) geldt als een monument in de geschiedenis van wetenschap en geneeskunde. Terwijl zijn tijdgenoten zich baseerden op de verouderde verslagen van Galenus, die eerder dieren dan mensen ontleedde, baseerde Vesalius zich op het werkelijke menselijke lichaam om zijn theorieën te onderbouwen.

Vesalius’ werk bood de eerste nauwkeurige beschrijving van de inwendige structuren en de werking van het menselijk lichaam, en nog belangrijker, het deed het gebruik van de wetenschappelijke methode voor het bestuderen van de menselijke anatomie herleven. De geboorte van het Christendom verdrong de praktische, empirische studie van het menselijk lichaam door het filosofische vertrouwen op een Hoger Intellect. Dit idee was dat elk menselijk lichaamsdeel een produkt was van het ontwerp van het Hoogste Intellect, of het nu samenviel of niet met wat er werkelijk op de snijtafel lag.

Vesalius daarentegen kon geen steun geven aan de oude geschriften van Galenus, die zich op dit idee van het Hoogste ontwerp baseerde. Hoewel hij hem zeer vereerde, vond Vesalius vaak dat zijn studie van de menselijke vorm niet overeenkwam met de beschrijvingen van Galenus, wiens beschrijvingen vaak overeenkwamen met de anatomieën van honden, apen of schapen. Hij vond uiteindelijk meer dan 200 van dergelijke discrepanties en kondigde publiekelijk zijn breuk aan met de Galenische traditie.

A Revolutionary Physician

De humani corporis fabrica, gepubliceerd in 1543, was een keerpunt in de geschiedenis van de moderne geneeskunde. Voor het eerst was het begrip van de geneeskunde en de behandeling van ziekten geworteld in een nauwkeurige weergave van het menselijk lichaam. Dit boek veroorzaakte een revolutie in de medische wereld. Net als de ontdekkingen van Copernicus en Galileo, hielpen de werken van Vesalius een empirisch gebaseerde, wetenschappelijke studie van de wereld om ons heen aan te moedigen.

Zoals zijn mede revolutionaire wetenschappers, werd Vesalius’ meesterwerk met harde kritiek ontvangen. Veel van deze kritiek kwam begrijpelijkerwijs van de kerk, maar de felste van allemaal kwam van Galenische anatomisten. Deze critici zwoeren dat Galenus in geen enkel opzicht onjuist was, en dat als de menselijke anatomie waarover hij schreef, verschilde van die welke door Vesalius werd bewezen, dit kwam doordat het menselijk lichaam in de tijd tussen beide was veranderd.

Als reactie op de harde kritiek op zijn werk, zwoer Vesalius nooit meer de waarheid te zullen brengen aan een ondankbare wereld. In hetzelfde jaar dat hij de humani publiceerde, verbrandde hij de rest van zijn ongepubliceerde werken, verdere kritieken op Galen, en voorbereidingen voor zijn toekomstige studies. Hij verliet de medische school, trouwde, en leefde de rest van zijn conservatieve leven als hofarts.

Ondanks het feit dat Vesalius verdere studies van de menselijke anatomie achterwege liet, erkende hij voor zijn dood de grote bijdragen die hij aan de wetenschappelijke wereld had geleverd. Hij begreep dat zijn openbaringen een opwekking van onderzoek naar het menselijk lichaam vertegenwoordigden, en een vertrouwen op feiten, in plaats van het vasthouden aan een verouderde tekst.

De rest van de geschiedenis van de menselijke dissectie is net zo hobbelig. Hoewel Frankrijk in de 16e eeuw openstond voor het gebruik van menselijke kadavers voor wetenschappelijk onderzoek, was de rest van de Europese wereld niet zo revolutionair. Groot-Brittannië had zijn eigen traditie van illegale handel in dode lichamen, en zelfs de Verenigde Staten hadden het moeilijk om zich open te stellen voor het idee dat menselijke lichamen voor wetenschappelijke studie zouden moeten worden gebruikt.

Door naar deel 2 – Moordenaars, Body Snatchers en Burkers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.